dol doen nu
stilaan weer
naar vroeger
gaan
maar niet te veel
want dat noemt men
infantiel
—
voor mijn moeder die vandaag zestig werd
Woordenaar serveert
maar niet te veel
want dat noemt men
infantiel
—
voor mijn moeder die vandaag zestig werd
Ik braak ze uit
die allesomvattende waarheid
waar de minuten woorden worden
maar de dicht geen tijd omvat
De brokken lijm ik
tot ik weer draad vind
om dan niet meer
over woorden te vallen
maar op te staan uit dit tranendal
om met meer inkt te schrijven
dek de wereld toe
leg haar te slapen
zodat de mensheid
vredig onbeslist
en voor even
in deze stilte
bevriest
onschuld daalt neder
over het landschap
wandaden worden bedekt
het leed verzacht want
sneeuw zalft de wonde
en daar staat hij
te midden van deze
gepoogde rust
de onschuld zelve
door kinderen bedacht
de sneeuwman
bemiddelaar in deze strijd
slechts voor even een held
want straks gaat het dooien
en dan zal zijn verlossing
tot vocht vergaan
breek me open
kraak me
smaak me
pas me toe
op je plan
met liefde
zonder zorgen
is zonder morgen
noten breken
is
liefde
delen
pracht de streling van haar lippen
die me steeds weer vinden in de nacht
blaas me nieuw leven in
en neem me mee naar je land
waar tijd de onze is
geruisloos zacht brengen we
de wereld in balans
en scheppen we dromen
ik blies nieuw leven
en ontdekte haar oneidigheid
SPASMEN, KRAMPEN
KREUN STEUN, DREK
SPUITRAMPEN
SHIT EEN LEK
HET DRUIPT EN SIJPELT
LANGS JE BILLEN
NAAR BENEE
IN ‘T WC
DIKKE BROKKEN DRUKKEN PLONS
JE WRINGT JE UIT ALS EEN SPONS
Stront in eb en VLOED
STORMEN IN DE PLEE
Doe je ogen dicht
en denk aan de zee
—
Auteur: Bram Van Peer
Dit werk is één van de gedichten die Woordenaar ten berde bracht op de “7e Vuile Liekesavond”
Jouw parfum vermengt m’n lichaamsgeur
met hartstocht naar jouw
broze ochtendblik
Waar was jij
toen leed de liefde vergat
en het wanhoopswoord de dagen las
Vergane glorie vertaalt die dagen
in nostalgie naar de vlinder
die door de bloesem fladdert
je liefste zinnen doen de blad’ren vallen
en veranderen hier in vilten spijt
want toen moest het gebeuren
en nu hollen we slechts achterna
wat in vilt nooit verrijzen zal
Jij doet me verdwalen
in vochtige zinnen
die druppel voor druppel
je liefde delen
Met jouw beleef ik de horizon
waar in ’t avondrood
de zon het water drinkt
Laaf ook mijn dorst, slok me op
en laat me hier in je liefde vergaan